Bon Giorno!

 

Bon Giorno!

Tuurlijk ben ik weleens op Marken geweest, en in Volendam, maar nog nooit met een touringbus vol met Italianen.
‘Deze komen uit de bergen, ergens bij Milaan vandaan’,vertelde gids Rique vanmorgen bij het instappen, ’het zijn een beetje dappere duikelaars, of nou ja, dappere duikelaars, ze zijn makkelijk, eigenlijk gewoon heel aardig. Of goed te doen, ja deze zijn goed te doen’.
Goed, ik ben vandaag dus met een niet al te uitbundig gezelschap zestigplussers op pad. En met een gids die in één oogopslag doorheeft wat voor groep ze in de kuip heeft.

De Italianen kennen elkaar van de kerk en hebben er in een kleine week al een heel stuk reis opzitten. Zo bezochten ze Luzern in Zwitserland, Rastat in Duitsland, maakten ze een boottochtje op de Rijn en klommen ze in Keulen de bus weer in om daarna twee dagen Amsterdam aan te doen. Logeren doen ze in een groot hotel vlak naast het verre van pittoreske station Sloterdijk. Gisteren deden ze de Keukenhof en vandaag staan voor de ochtend Volendam en Marken op het programma en ’s middags het centrum van Amsterdam. En mag ik mee, om te kijken hoe Nederland bevalt als vakantieland.

Geheel naar Nederlands gebruik giet het uitgerekend vandaag van de lucht. De weilanden naast de A8 ogen, en dan druk ik me expres zo positief mogelijk uit, mals, sappig en frisgroen. En wijds en vlak natuurlijk, een stuk platter dan de keren dat ik hier met de auto reed, maar dat zal komen door het tweeëndertig paar Italiaanse ogen dat verbaasd meekijkt door de ramen.

Gids Rique (je zegt Riek, maar je schrijft heel chique Rique), als gids te herkennen aan de roze bloem op de jas en het roze parapluutje, is leuk. Ze is behalve groot, waardoor je haar nog eens extra goed ziet staan tussen de Italianen, energiek, opgeruimd en door de wol geverfd waar het het rondleiden van grote groepen mensen betreft. En ze ratelt onvermoeibaar over oer Hollandse zaken en zaakjes in het vloeiend Italiaans.

De rit van Sloterdijk naar Marken duurt één lange sliert van Italiaanse woorden met veel herkenbaars erdoorheen. Het klinkt ongeveer zo: Ee apriorimenti da lucemento di capresiari sono Enkhuizen muto calmo di minerutoristini Afsluitdijk! Met andere woorden, ik begrijp er helemaal niets van en toch kan ik alles volgen.

Er gebeurt iets geks met het vertrouwde Hollandse landschap, aan de ene kant lijkt het er steeds heviger Hollands uit te zien en aan de andere kant voelt het vreemd en ver weg. Exotisch zelfs! Hoor Rique nu eens vertellen over de polders, dat het uitgestrekte land waar we nu overheen rijden vroeger allemaal water was!
De verbazing van de Italianen neem ik met gemak over.
Ik zit voorin de bus zodat ze mij gelukkig niet kunnen zien nu ik bijna zit te glimmen van trots om ‘wat de Hollanders allemaal hebben gedaan!’.
Op Marken staan nog vijf van dit soort touringbussen op de parkeerplaats naast supermarkt Deen.
Wat moet het toch raar zijn om hier te wonen. Met altijd maar die sjokkende toeristen rond je huis , tot bij het boodschappen doen struikel je erover.
Rique jaagt de groep vakkundig door de smalle straatjes van het paese pescatori (visserdorpje, ik begin nu echt dingen te verstaan).

De lucht is zo zwaar en grijs, zelfs oude meesters als Ruysdael en van Goyen zouden het wel geloven nu met het landschap en lekker binnen blijven met hun kwasten en verf. Maar de Italianen stappen dapper met veel waterafstotend materiaal om zich heen door de kletsnatte oud Hollandse tafereeltjes. Zich hier en daar vergapend aan een geveltje of aan een druppelende tuinkabouter. Ik probeer aan een verwaaide vrouw naast me te vragen of zij in Italië ook van deze roodbemutste mannetjes in hun tuin hebben staan, maar de vrouw verstaat geen Engels en Rique loopt kordaat een heel eind verderop.

‘Amélie?’, probeer ik nog als invalshoek voor een kleine conversatie over tuinkabouters. De vrouw kijkt me met een lege blik aan. Misschien is de filmhype met daarin een belangrijke rol voor een tuinkabouter over de bergen daar bij Milaan heen gewaaid. Ik laat het onderwerp los.
‘Italia venita?’, wil de vrouw nog weten. Ik denk dat ze vraagt of ik in Italië ben geweest. ‘Si’, zeg ik, met een vrolijk hoofd erbij, om uit de beelden dat ik enthousiast ben over haar land.
Ze lacht terug. Ik ben bang dat het niet tot diepgaand contact gaat komen tussen mij en de groep vandaag.
Het huis van een beroemde Nederlandse acteur staat te koop. ‘Attore famoso’ , hoor ik Rique zeggen. Zou Aart Staartjes dat weten, dat hij en zijn huis onderwerp zijn van een tour door Marken. Ik ken hem van de tijd dat ik als redacteur bij Sesamstraat werkte, jammer genoeg is hij niet thuis, anders zou het even vragen. En ook wat het kost, want dat wil de groep graag weten.

‘Ze zijn zo voorspelbaar deze mensen’, zegt Rique,
‘ze vragen allemaal of we hier geen reuma krijgen van het weer. En ze vragen naar de vliegen. En naar de toestand van Friso, daar zijn ze heel bezorgd over.
En of we al die eenden die we hier hebben ook opeten. Ze vinden het heel raar dat we dat niet doen.’
Wat hebben we toch veel ruime parkeerplaatsen in Nederland. Ik denk dat er wel tien bussen naast elkaar passen op die van de Kaasboerderij. De groep, die ik in mijn achterhoofd toch hardnekkig de Duikelaars blijf noemen, hartelijk dank Rique, klautert vol goede moed de bus uit. Het is gestopt met regenen en over enkele momenten zullen de Italianen ingewijd worden in onze Hollandse kaassuccesformule. Ik begin schoolreisjesachtig melig te worden.
We worden verwelkomd door Niels, een knap en blozend zo uit De Kameleon weggelopen personage, in klederdracht ook nog. Niels leidt ons naar binnen waar de toeristen nieuwsgierig toekijken en foto’s maken van een vlotte Hollandse kaasboerin.  Een modern gekapte lok piept onder haar friswitte kapje uit.
‘Sylvia is heel grappig’, zegt Rique. ‘Ze praat Italiaans, maar alleen dit verhaal, meer weet ze niet. Dus ze praat ook heel snel, zodat niemand een vraag kan stellen tussendoor. Als ze wat willen weten, kunnen ze daarmee bij mij komen’.
Na de zeer beknopte uitleg gaat er een deur open. Met z’n allen worden we de kaaswinkel in gedreven.

Ook hier klederdracht gecombineerd met moderne kapsels. En kaas, heel veel kaas. Op schoteltjes liggen de plakjes in verschillende tinten geel voor ons uitgestald. Het duurt even voordat ik de vrolijk gekleurde glinsterende bolletjes in de schappen voor de kazen aanzie die zij in werkelijkheid zijn, en niet voor kerstballen waar zij verdacht veel op lijken.De stroopwafels zijn ook heel lekker.

Naast Aart Staartjes speelt ook Yolanthe een rol in de tour. Ja ja si si, die kennen ze allemaal wel! Wesley Sneijder Wesley Sneijder klinkt het staccato door de bus. Ik begrijp dat Rique van alles over Yolanthe’s vorige verkering aan het vertellen is: cantate famoso, reality soap. Maar de naam Jan Smit valt nu eens een keertje niet, en dat is best verfrissend. In Marken mochten de toeristen niet vrijwillig winkeltjes in of koffiedrinken. Dat mag zodadelijk in Volendam wel.

Rique is erg van snel en efficiënt, ‘dat moet ook wel want zij willen nu eenmaal veel zien in één dag’. Dus stopt de bus op wederom een ruime parkeerplaats achter een saai stuk van de Dijk, lekker dichtbij de grote souvenirwinkel waar een film over Nederland vertoond wordt. In zeven minuten komen ze weer voorbij, de polders, de dijken, de deltawerken. In stemmige zwartwitbeelden, begeleid door muziek en een Italiaans Pia Dijkstra-stemgeluid.
Daarna mogen we los door de winkel lopen. In hoog tempo worden er veel voetbalshirts met Sneijder erop in mandjes gestopt, en sloffen in de vorm van klompen en delfts blauwe engeltjes en gevelhuisjes voor in de kerstboom. Als het souvenirwerk gedaan is, is er nog een kwartiertje vrije uitlooptijd over.

Over de Dijk lopen onze Italianen nu heel ongeorganiseerd door andere groepen toeristen heen. Ik word er nerveus van, hoe houden we onze ploeg bij elkaar, zijn ze straks allemaal wel weer op tijd bij de bus, raken ze niet kwijt in zo’n foto-in-klederdracht-winkel! Rique stelt me gerust. Zij weet precies wie er bij ons horen. ‘Het draait bij het gidsen vooral om goede afspraken en vertrouwen’. Rique houdt van haar beroep. ‘Het is zelfs zo leuk, dat sommigen er maar moeilijk mee kunnen stoppen’, ze zwaait een naar oudere heer met een sliert Franssprekende windjacks achter zich aan.
‘Dat is typisch zo’n collega die eigenlijk allang met pensioen is, maar die dit maar blijft doen. Dat is het gidsendrama. Een heel leven altijd maar reizen, reizen, reizen en nergens echt thuis. Veel gidsen kunnen op een gegeven moment geen verbindingen meer aangaan. En dan zijn ze vijftig en alleen. Dat had ik al vroeg door, dat ik dat niet wilde’.

Met Rique erbij vraag ik aan een plukje van onze eigen Italianen welk plaatsje ze mooier vinden, Marken of Volendam. Marken is de winnaar, ‘omdat daar van die poppenhuisjes zijn’.
‘Die zijn hier ook’, gniffelt Rique tegen mij,’maar die zien ze hier niet’.
Toch wel een beetje zielig, voor de Italianen en voor Volendam.
We rijden Amsterdam binnen. De sfeer in de bus is landerig.
‘Ze hebben nu echt honger’, Rique legt haar microfoon even opzij, ‘dat merk ik want ze lachen niet om mijn grapjes’.
Rique heeft net verteld dat de Schreierstoren schuin tegenover het Centraal Station zijn naam dankt aan de vissersvrouwen die hun mannen daar schreiend uitzwaaiden. Minder hongerige groepen reageren met geluid op dit verhaal, maar de Italianen blijven plechtig stil tot en met Rique’s uitleg dat de toren waarschijnlijk zo heet omdat de wind er schrijlings langs scheert. Ook best een moeilijk verhaal in het Italiaans.

En, bedenk ik bij het aanhoren van het volgende onderwerp, hoeveel van deze mensen zullen straks de thuisblijvers bijpraten over het wel en wee van de Amsterdamse Noord-Zuid metro? We lunchen bij Haesje Claes aan de Spuistraat. Oud Hollandser kan niet! Een groot pand met drie ingangen en binnen allemaal kruipdoor sluipdoor gangetjes, trapjes, lage plafonds en lange tafels met kleedjes. Lekker donker, lekker oud. Aan de vrouw tegenover me, ik verdenk haar de hele dag al van een leidinggevende functie, vraag ik of zij soms de Italiaanse gids is. De vrouw reageert geschokt. ‘Nee nee, ik ben de tourleidster, dat is iets heel anders!’. Ze kan gelukkig wel een beetje Engels.

Ik begrijp dat ‘gids’ in Italië een beladen begrip is. Als je daar gids bent van beroep, dan ben je dat in één enkele stad en dan heb je een universitaire studie gedaan. Een gids uit Rome kan niet in Venetië terecht. Zo beschermen ze hun markt. In Nederland werkt dat heel anders, daar kan iedereen met een bloem op de jas of een opvallend parapluutje zichzelf gids noemen. Rique vertelt dat zij een keer iets te laat aankwam bij het Museumplein en dat de bus waarin zij zou gaan gidsen al weg was. Gekaapt door een buspiraat, een nepgids die zich uitgaf voor gids. De Italiaanse tourleidster neemt een hapje van haar zalm met roomsaus, duidelijk onder de indruk van dit staaltje Nederlandse wanorde.

Er is een nieuwe tendens in de reiswereld verzuchten gids en tourleidster tijdens de citroentaart met slagroom: de reizen worden steeds maar korter. Kwestie van geld. Toch blijven touroperators reizen aanbieden met idioot veel bezienswaardigheden. Dat levert natuurlijk veel gejakker op, bus in, bus uit, en zoals vanmiddag zal blijken, bus helemaal niet meer uit. Maar gewoon heel hard langs het Rijksmuseum, het Van Gogh en bierbrouwerij Heineken scheuren. Het parkeerprobleem in Amsterdam is daar ook een oorzaak van.

Onze bus bijvoorbeeld staat min of meer illegaal met chauffeur en al te wachten op de Nieuwezijds Voorburgwal. Rique heeft hem net een broodje kaas gebracht. ‘Rapido rapido, à autobus!’. Ik ben amper bekomen van de schoonheid van het Begijnhof. Het huis waar ik geboren ben staat hier maar een straten vandaan, maar ik was hier nog nooit geweest. Als toerist zou ik hier nooit meer weg willen. Maar het moet, want er staat politie bij de bus, binnen vijf minuten moeten we weg zijn. Maar hoe zat het nou met het verhaal over het wonder van Amsterdam denk ik hollend en hossend.

Heb ik nu echt goed begrepen wat Rique zei? Dat er in de katholieke kapel resten liggen van wat het wonder van Amsterdam genoemd wordt? En dat dat wonder restjes kots behelst van een man die een heleboel eeuwen geleden heel ziek was, en dat heel Amsterdam tot een paar keer aan toe afbrandde, maar dat die restjes kots tot op de dag van vandaag niet verbrand zijn. Ik vind het een raar verhaal en ik ga het straks wel googlen. Rique heeft nu iets anders aan haar hoofd. ‘Ik hoop niet dat ze nu allemaal nog moeten plassen..’.

Tijdens de tocht langs de Oostelijke eilanden, de Dappermarkt, Artis, de Pijp, de musea en Amsterdam Zuid wordt het steeds rustiger in de bus. Niet stiller, want Rique gidst onvermoeibaar door. Een kleine opleving klinkt wanneer we een rijtje roodverlichte ramen passeren in de spuistraat. Of we hier niet wat rustiger kunnen rijden, begrijp ik uit de plotselinge opwinding. De Duikelaars zitten ineens rechtop in hun stoelen en gluren wat er te gluren valt.
De bus stopt langs een stoep vlakbij de Westertoren. Oja! we zouden ook nog naar het Anne Frankhuis! Maar geheel volgens het reizen nieuwe stijl gaan we er niet naar binnen. Een paar huizen voorbij de altijd maar langer wordende rij Anne Frankhuisbezoekers blijft Rique staan. Ook alweer zoiets geks wat ik bijna vergeten was, dat de voordeur van het onderduikhuis van de familie Frank natuurlijk niet die van het museum is. Het is een donkergroen huis, een paar deuren verder op de Prinsengracht. Rique vertelt haar verhaal, en de groep luistert zoals waarschijnlijk iedere groep naar dit verhaal luistert. Nu het homomonument nog en de tour is rond.

‘Dit zijn hele moderne mensen’, zegt Rique niet zonder verwondering als zij verteld heeft over de roze driehoek en het homohuwelijk, ‘ze vinden het vrij normaal..’.
Die vriendelijke onvermoeibare Duikelaars, kijk ze nu weer eens rustig met z’n allen op de boot stappen. Kennelijk doet het er niet toe hoe overvol het programma is, al het maar georganiseerd is. Dat zou best eens het geheim van het succes van georganiseerd reizen kunnen zijn. De bus heeft ons naar het Rokin gebracht. Er staat een restaurant op het programma dat per boot te bereiken is. Ik houd het voor gezien. Zouden ze het nou leuk gevonden hebben vandaag?
Ik vraag het aan de man die ik de hele dag al hand in hand met zijn vrouw heb zien lopen. Rique kan dan wel, waarschijnlijk vanwege haar jarenlange ervaring, hardnekkig over de groep blijven praten alsof het een aanééngeklonterde massa is, ik heb gedurende de dag toch wel een paar favoriete individuen kunnen ontdekken. Zelfs een Italiaans liedje meegezongen met één enge en één aardige vrouw op de Dijk in Volendam.

De hand in handman laat zijn vrouw voor één moment los, hij heeft hele mooie foto’s van Holland heeft kunnen maken zegt ie. En dat is best een antwoord.




FacebookTwitterLinkedInWhatsAppGoogle+Email