Lee

 

Lee



Ik heb wel iets met Lee Towers. Mijn vader, zwaar fan van Frank Sinatra en alles wat daarbij in de buurt kwam, draaide Lee’s versie van New York New York en You’ll never walk alone maar al te graag vroeger, op druilerige zondagochtenden, de openhaard nog nasmeulend van de avond ervoor.

‘En die meneer zat een half jaar geleden nog bovenin een hijskraan!’, kraaide hij dan ongelovig boven de muziek uit, ‘pinda’s te verkopen!’. Wij vonden dat een gek verhaal, maar zongen zonder verder lastige vragen te stellen lustig mee met Lee, die sympathieke meneer die in onze kindergeesten vanuit z’n hijskraan op ons neer galmde.

Lee leerde ons dat waar we ook terecht zouden komen in ons leven, we altijd nog zanger konden worden. Ook zorgde Lee ervoor dat onze hond Frenckie steeds weer netjes voor de deur stond als hij weer eens was weggelopen. Het enige waar mijn dodelijk ongeruste vader dan vertrouwen uit putte was het keihard draaien van het nummer Frankie are you ever coming home. Echt een mooi lied met een heerlijk verlangend oooh owowoooohooo stuk er in. En of het er nou mee te maken had of niet, Frenckie kwam altijd weer thuis. Ik hoop zo ontzettend dat Lee het vanavond gaat zingen!

Vanavond mag ik naar het afscheidsconcert van de man die ooit de toon zette voor de grote showy concerten in Ahoy. Want je hoort ze best vaak op de radio nu, van die Nederlandse artiesten die quasi nonchalant laten vallen dat ze volgende maand drie dagen in Ahoy staan, maar ome Lee is er toch maar mooi mee begonnen 25 jaar geleden.

Een concert van Lee Towers bezoeken betekent ook moeten voldoen aan een dress code. Glamour en chique, zo stond het op de officiële uitnodiging. Best dwingend. Dagenlang heb ik gepiekerd wat het worden moest. En steeds zag ik dan het persmoment voor me, dat Lee You’ll never walk alone zou staan te zingen, mij zou zien staan met m’n opschrijfboekje en even goedkeurend zou knikken, met zo’n prettige Rotterdamse hartelijkheid. Tevreden over mijn kledingkeuze. Maar als ik dan in mijn kledingkast stond (ik ben één van die gelukkige vrouwen met een walk-in closet) en mijn minstens anderhalve meter lange rij jurken één voor één kritisch aan de dress code toetste, kwam geen van de jurken door de keuring heen. Sommige waren te gezellig of te simpel, andere juist weer zo bloot en uitbundig dat ik bang was dat het misschien de aandacht van Lee af zou leiden.

Uiteindelijk keurde ik mijn spiegelbeeld goed in een zwart plissé rokje met daarboven een chique goud/blauw brokaat jasje uit de vroege jaren negentig. Paar kekke schoentjes eronder, klaar. Of was deze outfit too much, te eager, te ‘ja zo wilde je het toch Lee?’, te veel ‘naar Lee toe gedacht’?. Ja. Als ik heel eerlijk was voelde ik me in deze outfit te afhankelijk van Lee. Dus gooide ik alles weer uit en trok een zomerse zijden zwierige blauwe jurk aan. Die dan misschien niet glamour en chique was, maar wel feestelijk. Eén waarin ik er uit zag als mezelf. Zo heeft Lee het meeste aan me.

Dat dacht ik echt. Terwijl ik toch dondersgoed wist dat ik gewoon één van de vele duizenden bezoekers zou zijn. Dat er geen sprake van was dat ik meneer Towers echt te spreken kreeg. En als ik hem dan wel te spreken kreeg, wat zou ik moeten vragen? ‘Meneer Towers, zou u vanavond alstublieft Frankie are you ever coming home willen zingen?’.

Dat ene persmoment, daar moesten we het van hebben, de fotografe en ik. Waarom ben ik nu niet nog een uur eerder van huis gegaan! Als we ons om half acht in Ahoy gemeld hadden, hadden we een repetitie van drie nummers mee kunnen maken. Ik had daar romantische ideeën over, dat Lee speciaal voor ons, en nou ja goed voor nog een paar een andere mensen met een camera en een opschrijfboekje, zijn krakers ten beste zou geven. Maar ik sta al een uur in een lange rij andere auto’s die ook allemaal van Haarlem naar Rotterdam willen. Volgens de Tomtom mag ik blij zijn als ik er om acht uur eindelijk eens ben.

In de autospiegel controleer ik mijn make up en mijn haar. Van allebei heb ik in de haast iets te weinig werk gemaakt. In de parkeergarage is het een chaos. Iedereen wil naar Lee. Een joviale man met een fluoriserend oranje hes aan dirigeert alle auto’s naar de eerste verdieping. ‘Ga je ook naar Lee?’, vraagt hij als ik hem even later te voet passeer, ‘kijk uit hè?’. En hij doet grijnzend dé elleboogbeweging waar de zanger zo beroemd mee is geworden lekker stevig twee keer zijwaarts.

Voor me loopt een gezin. Onder de winterjassen van de moeder en de dochter piepen stofjes met glitters uit. Het legt meteen een puur Hollands probleem bloot: wat voor jas draag je over je glitters heen?
‘Zijn jullie fan van Lee Towers?’. Bijna buiten mezelf om schiet ik in de rol van verslaggever.
‘Ja wat heet, het is m’n achteroom, een neef van m’n vader’, zegt de vader trots.
Familie van Lee, meteen al! De dochter babbelt honderduit. ‘Toen hij zijn vorige concert hier gaf was ik een baby, dat is nu tien jaar geleden. Nu kan ik mee! En m’n moeder heeft deze jurk gemaakt!’. Haar ouders kijken licht ongerust als ik m’n opschrijfboekje tevoorschijn haal. ‘Ik ga niks rottigs opschrijven, ik ben gewoon benieuwd naar hoe het gaat, zo’n groot concert. Is ‘ie bijvoorbeeld zenuwachtig, je oom?’.
‘Ja nou’, zegt de achterneef, nog steeds met een licht argwanende blik, ‘voordat ‘ie op moet voelt ‘ie zich net een gekooide tijger, loopt ‘ie maar te ijsberen. Vreselijk’.

Bij Ahoy vinden fotografe Inge en ik elkaar verrassend snel. Ze zet het gezin Huijzer op de foto en onze glamour avond kan beginnen. Heel veel goud met zwart. Dat is het eerste wat opvalt als de Towersfans hun jassen bij de garderobe hebben afgegeven. Bij de mannen veel jasjes en natuurlijk een enkele trui. De vrouwen zoeken het in glitterapplicaties en glimmende sjaaltjes. Toch kan je aantrekken wat je wilt, de wandelgangen van Ahoy blijven de wandelgangen van Ahoy. Grijs en betonnerig. En alle vermeende fans die ik er aanspreek zeggen hetzelfde: nee joh echt fan zijn we niet, het is gewoon gezellig toch. Ook zijn ze bijna allemaal bij Fransje Bauer geweest of bij de Toppers.

Maar dan, we lopen de grote balustrade en daar beneden in het midden ligt een groot rond podium. Met reuzen draperieën erboven en daar dan weer beeldschermen tussen. Het gaat allemaal heel snel, het Metropole orkest zet in en dan is daar ineens Lee, vanaf een lange show trap zingt hij ons toe. En ja, we zitten midden in Rotterdam toch plotseling in Las Vegas sferen. Fantasievol uitgedoste hoogbenige danseressen komen overal vandaan en op de beeldschermen zijn de nu al trotse gezichten van Lee’s familieleden die vlak bij het podium zitten te zien. En er is vuurwerk. Van pure opwinding koop ik een softijsje. Vlak naast me staat een meisjesachtige vrouw te dansen. Met haar zwart leren jurkje en haar feeërieke bewegingen onderscheidt ze zich van de rest van de mensen in vak A-c van onze tribune.

‘De vorige keer, in 1993 was ik alt violiste bij het Metropole’, schreeuwt ze boven de muziek uit, ‘heb ik vier keer meegespeeld, was te gek! Maar toen was er een olifant bij!’.
Samen zingen we heel hard mee met Run to me. Want wie komt daar van de showtrap? Juist, good old Anita Meijer, met nog steeds een strot van Ahoy naar de Arena en weer terug.
In de pauze scoor ik eindelijk de echte hardcore fan waar ik naar op zoek ben. Ik zag haar al zitten, haar manier van kijken, genietend, tevreden, rustig, alles aan haar ademde echte Lee-liefde. Ze heet Ria Riet-Kerken en is vanavond samen met dochters Sonja en Anneke uit Leiden naar Rotterdam gekomen.
Al Lee’s concerten heeft ze gezien, ‘behalve die van ’93, die heb ik gemist’. ‘De toegangskaartjes van alle concerten bewaart ze allemaal in een la’, vertelt haar dochter. ‘Hij is schor vanavond’, vindt Ria, ‘en hij wordt een beetje dikker ook, maar ja wat wil je, hij wordt ook een dagje ouder’. Ze zegt het liefdevol, bijna moederlijk.

Lenie en haar man Wim komen uit Dordrecht. ‘In Dordrecht, daar is ‘ie begonnen hè, Lee’, zegt Lenie trots. Ook zij heeft alle concerten gezien. Ook die van ’93. ‘Ja dat was met die olifant’.
‘Lee heb glamour!’, roepen vier zeer verzorgd uitziende mannen bijna in koor als ik ze vraag wat ze van de avond vinden.
Ze kwamen 20 jaar geleden graag in LT Palace in Scheveningen.
‘Weet je dat niet meer? Daar had ‘ie een bar, met een uitschuifbare vloer, mooi man, zat z’n vrouw Laura altijd aan de bar. Poe lang geleden alweer’.

Na de pauze doet Lee veel country nummers. Iets te veel. Hij ziet er goed uit. Een kapsel waar je van op aan kunt en een stijlvol pak. En tussen het zingen door zegt hij veel spontaans. ‘Wat is muziek toch mooi hè lieve mensen. Het is net een veld met allemaal verschillende bloemen er in’. ‘Effe 2 seconden rust, ik heb er vijf kilo vanaf getraind, m’n broek zakt van m’n kont’. Hij hijst z’n kennelijk afgezakte broek omhoog en zingt rustig verder. Rustig ja. Want hoewel ik echt bewondering heb voor het royale gastheerschap en de energie waarmee Lee Towers Ahoy voor een laatste keer tot zijn eigen paleis heeft weten om te toveren, hij zingt voornamelijk laag, en de lange uithalen van vroeger zijn ja toch echt iets korter nu. Maar je vergeeft het hem allemaal. Hij is nou eenmaal het type van de joviale oom zonder wie een verjaardagsfeest niet compleet is. Hij is de man die in de voetbalkantine de rondjes geeft. Of zoals een fan naast me zegt als Lee samen met het Metropole orkest en de onvolprezen Jody Singers een verjaardagslied voor zijn dochter aanheft: kijk daar ontbreekt het nog wel eens aan in de Nederlandse showbizz, je gezin op de voorgrond zetten.

Toch mis ik iets. Die elleboogmove, die heb ik Lee de hele avond nog niet zien maken.
En dan klinkt daar middenin de medley ineens: kent u deze nog?!
Ik herken het onmiddellijk en roep heel hard JAAAAAA! Met een brok in mijn keel zing ik uit volle borst mee met Lee en de Jody Singers. Frankie are you ever coming home ooooh owowohooooo!

Als uitsmijter zingen we met de hele zaal hoe kan het ook anders You’ll never walk alone. En terwijl er op de beeldschermen al beelden van de avond zelf te zien zijn, dansen er op het podium danseressen met overal veren en is er voor de derde keer vuurwerk. Bij ons op de balkons in de vakken A tot ik denk Z gaan de mensen staan en wordt er voorzichtig mee gewiegd. Beneden in de zaal wordt gedanst en gejoeld. Ik denk dat Lee een top avond heeft.

In de parkeergarage staat ‘ie weer, de portier in het oranje hes. En hij doet ‘m wel, de elleboog. Ik doe ‘m terug. En sluit me aan bij een rij van minstens dertig wachtenden voor me voor de betaalautomaat. Glitter en glamour, ik was er net aan gewend. En nu houdt het alweer op.

Foto-bijschriften
1. Iedereen wil naar Lee!
2. Ahoy stroomt vol.
3. Bijna een cd gekocht.
4. De achterneef van Lee, met vrouw Laura en dochter Saffrijn.
5. Van pure opwinding koop ik een softijsje.
6. Lee weet wat show is!
7. ‘Opa ik wil zo graag een liedje met je zingen’.
Lee zingt samen met kleindochter ‘ik zou zo graag een toverfeetje zijn’.
8. –
9.–
10. ‘Weest u maar niet zenuwachtig, ik ga niet pianospelen’. Pieter van Vollenhoven reikt een oeuvreprijs uit.
11. Tuurlijk waren Gordon en L.A. the Voices er ook.
12. Ja! Ik ben dol op showballet!
13. Danseressen overal, ook in de lucht.
14. Alt violiste Annemarie. ‘Dit keer geen olifant’.
15. Hardcore fan mevrouw Ria Riet-Kerken met dochter. In al die jaren maar één concert gemist.
16. Voor Bettina (hier samen met vriend Robbert) is het de eerste Lee-ervaring. Ze is hier speciaal voor haar partner Tim Welvaars die na de pauze een prachtige mondharmonica solo door Ahoy blaast.
17. Lenie uit Dordrecht. Dol op Lee’s versie van My Way.
18. ‘Lee heb glamour!!!’
19. Deze dame heeft de dress code helemaal begrepen.
20. Zwart met goud, altijd goed. Moeder Corrie en dochter Joke hebben er zin in.
21. Dichter bij Lee komen we nie.


FacebookTwitterLinkedInWhatsAppGoogle+Email