Wijksafari

 

Wijksafari


Wijksafari is een overrompelende locatievoorstelling dwars door de Slotermeer. Het is een project van Female Economy en Kunst en Cultuur Platform Zina waar, naast Adelheid Roosen, Nazmiye Oral, Myriam Sahraoui en Elly Ludenhoff belangrijke voortrekkersrollen vervullen.

ADELHEID | FEMALE ECONOMY

Female Economy is het artistieke bureau van Adelheid Roosen dat theater maakt en handelt vanuit: 'Ik ben er omdat jij er bent'. Het werk van Roosen is verweven met de zoektocht naar de Ander. Het is geen poging het vreemde te begrijpen. Roosen kantelt het perspectief en probeert daarmee te tonen dat er feitelijk geen vreemde is.

Een buurt ontdekken die je nog niet kent, dan weer lopend, dan weer achterop de scooter. Binnenkijken bij mensen ergens drie hoog achter, een ontmoeting op een marktplein, wandelen door straten waar de bus doorheen dendert, ineens een lied, dat allemaal is Wijksafari.

Even rustig napraten met Adelheid Roosen is een contradictie interminee. Volstrekt onmogelijk. Aan één van de lange tafels in het buurthuis in de Slotermeer zit ik naast haar en probeer ik het toch. Maar om de haverklap, liefst tijdens een vraag van mij of middenin een antwoord van Adelheid, staan daar mensen die even met haar willen praten of langdurig willen knuffelen. En als dat heel even niet aan de hand is, is Adelheid zelf minutenlang aan het rondlopen op zoek naar een paar zeer belangrijke velletjes papier met regie aantekeningen erop.

Ik doop mijn brood nog maar eens in het gelige goedje dat voor me op tafel staat en heb voorlopig nog niet door hoe moe ik ben van de hele dag. Dat komt later pas. Alle mensen die vandaag de eerste try out-achtige repititie van het nieuwe project Wijksafari hebben ondergaan verzamelen zich hier, in buurthuis/broedplaats De Vlugt op de Burgermeester de Vlugtlaan in Amsterdam.

De Burgermeester de Vlugtlaan die ken ik eigenlijk alleen maar van heel lang geleden, toen ik nog op kamers woonde in Amsterdam West en in een poging om met de trein naar mijn ouders in Haarlem te reizen was gestrand op een mij onbekend station. ‘Mam, het heet hier Burgermeester de Vlugtlaan!’ , in die tijd belde je nog in paniek je moeder als er iets mis ging. ‘Oh god’ ,reageerde zij, nee dan zit je helemaal verkeerd, dat is heel ver weg!’. Het geeft mooi aan hoe er destijds en waarschijnlijk nog steeds wordt gedacht over Slotermeer, als een afgelegen stuk Amsterdam waar je vooral niet moet willen zijn.

Als ik Adelheid tussen twee warme omhelzingen met medewerkers door vraag naar hoe ze op het idee kwam voor een wijksafari door nou juist deze wijk krijg ik een typisch Adelheid Roosen antwoord.
‘Nou als ik in de krant zie dat er een kunst biënnale is in Venetië dan wil daar onmiddellijk heen! En toen dacht ik, waarom doen we hier niet zoiets, maar dan in Slotermeer en met echte verhalen!’.
Tuurlijk, denk je dan eigenlijk alleen nog maar. Waarom ver weg als het dichtbij ligt.

’s Avonds, als ik me verkleumd en met een hoofd vol indrukken in een heet bad heb laten zakken, ga ik de hele tour nog eens na. Die begon eigenlijk de dag ervoor al, toen ik gebeld werd door Shahin die me in het Engels vertelde waar ik me de volgende dag om 13.00 uur diende te melden. En of ik van vlees hield, wilde hij ook weten. Dat leidde nog tot een leuk stukje conversatie. Ik verstond toch echt ‘do you like me?’ , dus ik antwoordde vriendelijk maar toch verward iets van huh I don’t know, I just talk to you by telephone…Pas toen hij de t van meat duidelijk liet klinken begonnen we elkaar te begrijpen.

Goed, om 13.00 uur bel ik aan bij een huis in de Schaapherderstraat. Op drie hoog staat een vriendelijk persoon in de deuropening. Grote bruine ogen, lekker veel donker haar.
‘Hi, I’m Shahin. Welcome to the house of Ghassan. You can sit down there’. ‘There’ is een piepklein woonkamertje met daarin een tweezitsbankje, een grote stoel, een hele grote tv die aanstaat, een bureautje, een salontafel en behalve mezelf nog negen andere mensen en een paar extra klapstoeltjes om op te zitten. Shahin serveert ons broodjes falafel op plastic bordjes en verdwijnt weer.
Als we allemaal tegen elkaar hebben gezegd dat het lekker is, klinkt er een stem vanuit een andere kamer: jullie mogen komen!
Met z’n tienen lopen we op het geluid af en voor we het weten zitten we in de slaapkamer, op bed bij een meneer die we nog niet hadden gezien. Het is Ghassan, ook al met zo’n overtuigende bos met haar en met opvallend levendige oogjes. In een blauw gestreept pyamajasje zit hij in bed, dekens en sprei over de benen. Het ziet er zo lief uit, ik zou er zo naast willen kruipen.

Ghassan steekt meteen van wal, hij wil een geheim met ons delen en vertelt ons binnen één zin dat hij uit Libanon komt, hier al jaren woont en vroeger drugsdealer is geweest. Dat laatste lijkt me het te delen geheim. ‘De slaapkamer is de kamer waar de meest geheime dingen gebeuren. Ik bewaarde de drugs in koffers, nee rustig maar, er zit echt niks meer in’, Ghassan wijst lachend naar de stapel koffers boven op de kledingkast, ‘en het cashgeld stopte ik in kleding’. Dan zwaaien de kastdeuren open, ‘hé je vertelt ons niet alles. Je zat ook nog bij PLO!’.

Shahin! In de tijd dat wij intiem bij Ghassan op bed zaten, zat hij in kleermakerszit verstopt tussen de broeken en jasjes van zijn adoptievader. Adoptievader, waarom hebben jullie het steeds over adoptieouders?’, vraag ik Adelheid na afloop in het buurthuis. Ik heb namelijk echt een heel stuk van de tour gedacht dat Syrische vluchteling Shahin officieel was opgenomen in het piepkleine huishouden van die lieve voormalige drugshandelaar alias ex-PLO-er. Ik was al gaan denken dat ik een nieuw belangrijk maatsschappelijk verschijnsel had gemist, vluchtelingen die door een organisatie aan ingeburgerde immigranten gekoppeld worden, om ze op weg te helpen in ons land.

Adelheid licht toe: speciaal voor het project Wijksafari hebben de makers/performers ieder een paar weken bij buurtbewoners in huis gewoond. Om de ander van zo dichtbij mogelijk mee te maken. Om elkaar te leren kennen. Om te ervaren dat ‘het vreemde’ of de ‘vreemde’ misschien wel helemaal niet bestaat. Om tot werkelijk contact en wezenlijke verhalen te komen die gedeeld kunnen worden met het publiek.
Zo spelen de adoptieouders een even grote rol in Wijksafari als performers als Shanin en Sanne die we later op de dag gaan ontmoeten. De verhalen van Ghassan en Shahin zijn echt en grillig en soms moeilijk te volgen. Maar Syrië, verteld vanuit een klerenkast door een gevluchte kunstenaar, is ineens dichterbij dan welk journaalbericht dan ook.

‘Let’s go to the chicks’. Nadat beide mannen bekend hebben de aanwezigheid van een vrouw in hun leven te missen, nodigt Shahin ons uit mee te lopen naar de volgende lokatie.
Op een stukje land tussen de A10 en een paar straten staat een klimrek en een kippenhok. ‘Ghassan houdt echt van ze, hij verzorgt ze en hij geeft ze namen. Eentje heet er….’, voor de naam kan worden uitgesproken crosst er een kudde scooters het veldje op. Precies genoeg voor alle deelnemers. We mogen achterop bij jongens met strakke kapsels en met jassen met bontkragen. De mijne heet Hamid en is uiterst mededeelzaam en gezellig. We touren langs Slotermeerse nieuwbouw, bomenlaantjes, vaarten en plassen om aan het einde van de rit twee aan twee een ondergrondse parkeergarage in te duiken. De ernst en al het ge-nee man, jij moet hier staan man, ga na naar de overkant man- van de stoere scooterjongens voor wie het vandaag ook maar de eerste keer is en die duidelijk opdracht hebben gekregen zich in een bepaalde setting in de garage op te stellen is als schouwspel bijna net zo mooi als de film die op de achterkant van het doek waar we zojuist doorheen reden vertoond wordt.

Lopend gaan we verder. Naar de markt op Plein 1940-45. Op een waaierige hoek begint een vrouw tegen ons te praten. Ze heeft iets te veel turquoise details als handschoentjes, sjaals, en laarsjes aan om een doodgewone passant te zijn. Met een Surinaams accent vertelt ze over de haven van Rotterdam en over haar moedertje. Ze zoekt de haven van Slotermeer en verdwijnt luid zingend uit beeld. Soms hoef je een verhaal amper te begrijpen om toch ontroerd te zijn.

‘Dit is het leuke van zo’n wijksafari’, zegt één van de mensen uit ons groepje, ‘op het laatst weet je helemaal niet meer wat er nu wel en niet bij hoort’. Ik gniffel een beetje, want vanuit de verte kon je al zien dat deze er wel bij hoorde. Toch is het waar, lopend over de markt verwacht je van elke marktkoopman en elke Turkse man met iets te lange bakkebaarden en te grote muts dat hij ‘iets’ gaat doen.

Maar de markt blijft gewoon de markt. Shahin en Ghassan dirigeren ons de Tanger in. Een angstaanjagend grote supermarkt strekt zich uit boven de Aldi. Het is zaterdag en dus verschrikkelijk druk. Ik zucht. Maar Ghassan in onverbiddelijk en loodst ons langs de vrieskisten met ingevroren nieren en lange lappen tong naar de produkten uit zijn vaderland. Wild van blijdschap grist hij een zak gedroogde tuinbonen van een schap, ‘dat is zo lekker voor ontbijt!’. Als hij daarna de koekjes uit zijn jeugd en ook nog eens een zak tamarinde ontwaart heeft hij bijna tranen in z’n ogen. En ik ook.

Op Plein 1940-45 worden we plotseling overgedragen aan Sanne en haar adoptiemoeder Fatima. Het is raar Ghassan en Shahin er na al onze gezamenlijke belevenissen vandoor te zien gaan met een andere groep. Maar het moet.
Vol vertrouwen lopen we achter onze nieuwe rondleidsters aan. Dan scheurt er ineens een enorme stationcar op ons groepje af. Arabische stampmuziek klinkt door de open ramen. De Moslima in burka achter het stuur remt en zet haar zonnebril af op een manier zoals maar één vrouw dat kan. Ja hoor, die oogopslag ken ik. De vrouw pakt een viool en zingt en speelt ‘durf jij’. ‘Wie is zij?’, wil één van de vele in de gauwigheid toegesnelde toehoorders weten. Ellen ten Damme, dat zie je toch zo.

Na de paar sprookjesachtige momenten die haar nummer duurt schuift haar raampje weer omhoog en rijdt ze achteruit een parkeerplaats op. Klabang! klinkt het keihard. Dit hoorde er hoogstwaarschijnlijk niet bij. Ook voor Ellen is het de eerste keer. Slotermeer is ooit gebouwd als tuinstad las ik in een aankondiging van Wijksafari. De mensen uit de friemelige straatjes van bijvoorbeeld de Jordaan zouden hiernaartoe hebben kunnen uitwijken om te genieten van veel groen, lucht en ruimte.

Dat is niet helemaal gelukt. Of eigenlijk ook weer wel want met de vele parken, parkjes en rijkelijk beboomde pleintjes is helemaal niets mis. Ze hadden er alleen niet zulke afgrijselijke gebouwen tussen moeten zetten. We lopen achter Fatima en Sanne aan door een straat met veel dichtgetimmerde ramen en deuren. Knipshop staat er vrolijk op een verder troosteloze gevel. De flat waar wij naar binnen mogen is al even afgebladderd en grauw. Ik hoop zo dat Fatima hier niet woont. Dat is ook zo. Het huis staat leeg en is speciaal voor ons ingericht met klapstoeltjes en spijkers in de muur waaraan onze jassen kunnen hangen. In de hal staan tien paar roze slofjes voor ons klaar. In een vensterbank zit Sanne in een roze badjas te spelen dat ze Tessa is en uit Curaçao komt.

Voor haar staan twintig witte asbakjes en hoewel Tessa van een roze toekomst droomt klinkt er uitzichtloosheid en beklemming door in haar relaas. We krijgen thee en koek van Fatima. Sanne verandert van actrice in ondervraagster. Hoe het was voor Fatima toen zij veertig jaar geleden op haar achttiende naar Nederland kwam en een nieuw thuis moest zien te creëren.
Fatima vertelt ons met een prachtig Frans accent over het behàhn dat van de muren gehaald moest worden en over de twee verschillende woonkamers die ze thuis heeft, één Nederlandse ‘alles wit’, en één Marrokaanse ‘met rode banken langs alle muren’. Omdat er in de Nederlandse kamer een tv staat zit haar familie eigenlijk altijd daar. Fatima voelt zich inmiddels thuis in Nederland. ‘Ik ben gelukkig hier in de Slotermeer, veel groen, en allemaal verschillende winkels lekker dichtbij’. ‘Komme wij gaane’, wij lopen mee naar haar één van haar favoriete winkels, een lampenzaak waar het schittert en glittert en waar reusachtige kristallen kroonluchters op liefhebbers hangen te wachten. Fatima wijst er één aan met veel goud, die wil ze graag voor haar zoon, als hij gaat trouwen.

Middenin een park stoppen we. ‘Waar voel jij je het meest veilig?’, Sanne stelt onverwacht een vraag, aan mij, ik besluit razendsnel van slechts toeschouwer over te schakelen naar actief deelnemer.
‘Thuis in een hoek van de bank’. Sanne zegt dat heel veel mensen graag in een hoekje zitten. Terwijl anderen om de beurt de vraag beantwoorden zie ik Sanne in haar telefoon praten ‘Ja wij staan er al, onder de boompjes van Truus zijn we, tot zo’. De Wijksafari moet het, behalve van verhalen, belevenissen en spreuken op muren van gebouwen natuurlijk ook hebben van een vloeiende, maar ingewikkelde logistiek.

Al gauw komt er een ander groepje aan lopen, moeten we twee aan twee gaan staan en wordt de ene rij, die van mij, ingefluisterd: wat zit er binnen in je wat je vanaf de buitenkant niet ziet?
Ojee, nu moet ik aan mijn buurvrouw gaan vertellen dat ik…ja wat eigenlijk…’Euhhm ik ben vrij rommelig van de binnenkant’ zeg ik uiteindelijk maar. En ik klets nog wat door. Ik snap het geloof ik best, na al dat kijken en luisteren naar anderen moeten wij nu zelf ook met iets persoonlijks naar buiten komen. Iets verstopts. Maar ik ben toch opgelucht als wij ter afsluiting met alle acht groepen die vandaag door de wijk trokken gewoon lekker veilig mogen kijken naar een choreografie speciaal voor scooters. Weer met die tot in de puntjes toegewijde en bloedserieuze jongens erop. En met één vrouw in een fladderende rode jas en een enorme grijns op haar gezicht.

‘Heb ik nou niet enorm onsamenhangend tegen je aan zitten lullen?’, vraagt Adelheid na afloop als ik opsta om het buurthuis te verlaten.
‘Jawel’, zeg ik, ‘maar maakt niet uit’. Dit komt me op een innige omhelzing te staan.
Het was een overvolle kleur- en geurrijke middag, tijdens het loopje naar m’n auto struikel ik nog bijna over een dromedaris aan een touw, maar het was het meer dan waard. En het werkt. Als ik uitstap vlak bij mijn huis in Haarlem, wil ik eigenlijk liever bij mijn buren naar binnen dan bij mezelf.



FacebookTwitterLinkedInWhatsAppGoogle+Email