Grote grijze man in zijn eentje


Ruim voor aanvangstijd zag ik hem al binnenkomen. Een grote grijze zeventiger of misschien zelfs wel tachtiger.Hij keek rond in het Haarlemse café dat speciaal voor deze avond was omgetoverd tot theatertje. Even dacht ik dat er misschien nog iemand door de deur zou komen die bij de man zou horen. Dat hij daarom zo om zich heen keek. Dat was niet zo. Er kwamen wel mensen door de deur, maar die schaarden zich niet bij hem.Hij stond daar alleen te midden van stoeltjes waarop nog niemand was gaan zitten. Het was drie kwartier voor aanvang, de mensen die straks het publiek zouden gaan vormen gedroegen zich vooralsnog als doodgewone cafégangers die bier en wijn bestelden aan de bar.

De man ontdeed zich van zijn leren jack waar hij een paar onhandige momenten lang mee in zijn handen bleef staan.Toen ging hij zitten en had nog een heel werkje aan het netjes ophangen van het jack over de rugleuning van de stoel. Praktisch bekeken had hij deze twee dingen ook beter in omgekeerde volgorde kunnen doen, eerst de jas over de leuning en dan pas gaan zitten. Maar goed, de man had geen haast, en zo kon het ook. Toen hij na enige tijd opstond om bij de bar een biertje voor zichzelf te bestellen, besloot ik dat ik mijn aandacht best even van hem af kon halen. De man vermaakte zich prima en redde het zonder mijn licht bezorgde blik ook wel.

Pas toen de avond al in volle gang was en ik, nadat verschillende schrijvers hun werk hadden voorgelezen, ging zitten achter het keyboard om enkele van mijn liedjes ten gehore te brengen, kreeg ik de grote grijze man weer in het vizier. Ja hoor, hij zat er nog steeds en hij leek te glunderen. (Even voor de duidelijkheid, de avond dat ik hier beschrijf is er eentje uit de serie van Het Voorleestheater, een nieuw Haarlems evenement, elke derde vrijdag van de maand in café De Hoofdmeester in de Zijlstraat. Mocht iemand denken dat ik daar nu, tussen de regels door, ongegeneerd reclame voor aan het maken ben, dan klopt dat).

‘Had u een leuke avond?’, het zal wel iets typisch vrouwelijks zijn je hardnekkig te blijven bekommeren om het lot van een grote grijze oude man in zijn eentje, maar niets vrouwelijks is mij vreemd en ik wilde het weten.
‘Oh ja zeker, ik was hier nog nooit geweest, het stond in het wijkkrantje’.
De man vroeg of ik wat wilde drinken en met een witte wijn in de hand luisterde ik even later naar zijn hele verhaal.

Dat hij sinds een paar maanden alleen was, hoe hij destijds midden in de nacht gebeld werd door het ziekenhuis, van kom onmiddellijk hierheen, dat hij toen al had geweten dat hij dan waarschijnlijk te laat  zou zijn, dat dat ook zo was, en dat zijn kinderen ook te laat, maar dat ze daar zeiden dat zijn vrouw heel vredig, en dat je dan wel hele dagen thuis kon blijven zitten, maar dat je er ook op uit kon. En zo was hij bij Het Voorleestheater terecht gekomen. Komen lopen uit Parkwijk. Hij nam nog een biertje en dan liep hij weer terug. ‘Drie kwartier, mooi hoor een nachtwandeling. Weet je wat het is, je moet wat doen met je leven’.leven’.



FacebookTwitterLinkedInWhatsAppGoogle+Email