Verdacht


Mijn dochter heeft een fiets. Een paarse Batavus, model Diva. Tot zover niets aan de hand. Belangrijk voor het verhaal: ik kocht die fiets drie jaar geleden voor haar dertiende verjaardag, bij de ambachtelijke rijwielzaak in de Zijlstraat.

Op een dag was de fiets weg. Bij mijn dochter op school waren politiemensen gesignaleerd in de fietsenstalling. Ze hadden daar met meer dan normale belangstelling staan kijken naar alles met twee wielen en een stuur eraan.En het was niet bij kijken alleen gebleven. Aan het einde van de schooldag bleek de fiets van mijn dochter er niet meer te staan. Meegenomen naar het bureau, samen met nog drie andere fietsen.

‘Mam ze vonden mijn fiets er verdacht uitzien’.
Huh?
‘Ze denken dat het een gestolen fiets is. Ik krijg ‘m alleen terug als jij meegaat, met een identiteitsbewijs en een bewijs van aankoop’.
Mijn dochter kwam naar huis met de bus. We doorzochten het huis, alle laatjes en mappen en stapels papier twee dagen lang grondig. Op zaterdagmiddag meldden we ons op bureau Schalkwijk.

‘Ja ik zie dat u gebeld hebt vanmorgen’, zei de man achter de balie, ‘u zei dat u in het bezit was van het bewijs van aankoop, maar dat heeft u dus niet bij u…?’.
Ik legde uit dat ik ook echt dacht dat ik wist waar het lag, maar dat ik het niet had kunnen vinden. Sorry zei ik er een paar keer bij, en dat we wel het sleuteltje hadden. Uit deurtjes en gangetjes kwamen steeds meer collega’s op onze zaak afgehobbeld. Eentje kwam er zelfs aan met de verdachte fiets zelf. Het was alsof er een lang gemist familielid door de deuren van Schiphol tevoorschijn kwam. ‘Jaaa dat is ‘m!’ , jubelde mijn dochter dan ook. Maar omhelzen mocht nog niet.

‘We weten nog niet of we ‘m mee gaan geven’.
Er volgde een heel gesprek. Met veel ‘u begrijpt toch wel dat’ er in, en ‘absolute zekerheid’, dat ze die nodig hadden. Formulieren kwamen er aan te pas. En te vergelijken framenummers en BA nummers.
‘Weet u wat het is met deze fiets? Oneigenlijke uiterlijke kenmerken, dat heeft ‘ie’.
Ik wilde zeggen dat het mij niet uitmaakte, dat het ons meer om het innerlijk van de fiets ging. Maar de man ging door.
‘Het slot is niet origineel’.
‘Klopt’, zeiden wij, ‘was kapot, hebben we laten vervangen’. Drie geduldige kwartieren later konden we de fiets toch meenemen.
‘Mocht de wettelijke eigenaar zich alsnog melden, weten we u te vinden’.
Omdat de man het vriendelijk zei, zeiden wij heel vriendelijk dankuwel terug. Dankuwel voor onze eigen fiets.



FacebookTwitterLinkedInWhatsAppGoogle+Email