Ik heb een dikke kont



Ik heb een dikke kont.
Altijd gehad.
Maar pas in de brugklas begon de dikke kont een item te worden.
Een onderwerp van spot.
‘Hé jij daar met dat vette haar en die dikke reet!’. Want ik had ook nog vet haar.
Een dikke kont is een kwetsbaar bezit. Met een dikke kont durf je bijvoorbeeld nooit voorop te lopen bij gym of de avondvierdaagse. Altijd is er de angst dat ze achter je lopen te fluisteren of beginnen te joelen over hoe je er van achteren uitziet.
Je kunt maar beter grote borsten hebben. Daarvan kun je in de gaten houden hoe erop gereageerd wordt.
Toevallig heb ik ook grote borsten. Ik weet dus wat het is om zowel van voren als van achter bekritiseerd, bespot of bewonderd te worden.
Een meisje van 14 zijn met grote borsten en een dikke kont valt niet mee.
Hoe vaak ik niet in mijn bed heb liggen dromen over een ander figuur. En ander haar ook. Waarom kon ik nou niet net als in sprookjes de volgende ochtend wakker worden met een bos lange blonde krullen, een normale kont en borsten waar je makkelijk mee kon jazzballetten? En dat er dan verkiezingen werden gehouden van ‘wie is het mooiste meisje van de school’, en dat ik dat dan werd.
Gebeurde nooit.
Wel begon ik door de jaren heen te wennen aan de vrouwelijke vormen die aan mij vast zaten.
Goed, er bleven groepjes jongens stomme dingen naar me roepen.
Maar met die jongens had ik geen verkering.
De paar jongens waar ik in die tijd wel verkering mee had, kon het helemaal niet schelen dat ik geen spijkerbroeken in maat 36 had. Die vonden het heerlijk, zoveel kont en dan ook nog eens maat
75 D!
Later groeide ik steeds meer ‘in mijn figuur’. Een grappig verschijnsel. Hoe ouder je wordt, hoe meer je in je eigen contouren begint te passen. Alsof je in je puberteit door een beeldhouwer in een paar sessies wordt geschetst en gemodelleerd en hij je later pas echt af komt maken.
Je wordt van binnen steeds meer je eigen buitenkant.
De dikke kont zit op een dag niet alleen meer aan je achterkant, maar ook in je doen en laten.
In hoe je over de dingen denkt.
Zo denk ik dat mijn dikke kont me veel geleerd heeft.
Dat ik grappige antwoorden heb moeten leren verzinnen als ze zeiden ‘oh jongens Mylou moet met ons mee in de auto, waar moeten wij dan zitten?’.
Dat ik mijn schouders op moest leren halen. En niet meteen iets terugzeggen over hun eigen puistjes of spillebenen. Of juist wel.
Een paar jaar geleden was ik in korte tijd erg afgevallen.
En waar ik al die jaren van gedroomd had, was zomaar ineens vanzelf gebeurd: ik had maat 38! En een gewone kont. Echt een hele normale kont. Zo eentje waar je niet persé een jasje of een vest overheen hoeft te hangen. Een kont die je gewoon zonder zorgen rond kon laten lopen. Een zeer gangbare, bescheiden, bijna ingehouden kont. En het gekke was, ik vond er geen reet aan, aan de nieuwe kont.
Ik vond ‘m saai. Dertien in een dozijn, zo voelde ik me met nieuwe achterwerk.
Inmiddels heb ik gewoon weer maat 40/42, moet ik mijn buik in de gaten houden en neigen de borsten naar dubbel D.
En heb ik godzijdank geen tijd mee om me intensief of obsessief bezig te houden met mijn behoorlijke zitvlak. Of bips zoals mijn nieuwe vriend zegt.
Maar laatst zat ik kennelijk zo goed in mijn vel dat ik het had gewaagd zo’n afschuwelijk verlicht pashokje binnen te gaan. Samen met de 15 jarige vriendin van mijn dochter. In een H&M-achtige winkel hadden we allebei dezelfde broek uit het rek gepakt. Zij in maat 36 en ik in maat 42. De broek, model bandplooi en elastiek om de enkels, zat haar als gegoten. Bij mij ging ie met veel sjorren en trekken net over de bilpartij heen, maar wilde het stuk textiel waar de knoop op bevestigd zat met geen mogelijkheid bij het stuk stof met het knoopsgat in de buurt komen.
Ik stroopte de broek zuchtend over de probleemzone naar beneden, vechtend tegen boze gedachten over rottige slanke meisjes van 15 die me al vanaf mijn middelbare schooljaren dwarszaten met hun onberispelijke heupen en achterwerken.
En ik zag mezelf in de spiegel in dat vreselijke tl licht. Wufte kanten roze slip, veel vlees, putten, zadeltassen. En ik wist het even niet meer. Was ik nu mollig, dik, vet, tevreden, lekker, goed, normaal?
’s Avonds kuste de nieuwe vriend de bips.
En zei dat hij het hele gedeelte geweldig vond.
En dat vond ik dan weer geweldig.
Zoiets kun je best verzoening noemen.


FacebookTwitterLinkedInWhatsAppGoogle+Email