Volendam

Zo'n drie weken geleden lag mijn dochter stilletjes in haar hoogslaper en staarde naar het plafond. Ik stond te wiebelen op het trappetje om haar een nachtkus te geven. Er was iets. Dat kon je zo zien. Maar wat dan? Ik vroeg het haar. 'Mam, ik zit er echt mee, met Jan Smit en Yolanthe.' Het zinnetje en de uitdrukking op het gelaat van mijn dertienjarige kind bleven nog dagen bij me. Ik vond het mooi.

Er was in dit land iemand, toevallig mijn dochter, die er echt mee zat, met Jan en Yolanthe. Vlak voor Pinksteren deelde ze mee: ik wil naar het huis, ik moet het zien. En zo kwam het dat ik samen met mijn vriend en onze respectievelijke meisjes op eerste Pinksterdag afreisde naar het altijd gezellige vissersplaatsje aan het IJsselmeer. De mijne werd naarmate de verkeersborden minder kilometers tot het einddoel aangaven stiller en stiller. 'Echt niet te geloven dat we er bijna zijn..'. De twee jaar jongere dochter van mijn vriend keek met steeds groter wordende ogen naar het wezen naast haar op de achterbank.

Wij vroegen aan de eerste man die wij tegenkwamen op de parkeerplaats meteen maar of hij misschien wist waar Jan Smit woonde. 'Pegasusstraat. Daer in de richting van de kerrek moet je leupen. Ruttonde richtdoor. Bij de apputheek naer lings. Doe um de grutten!'. Ha dit was precies de goeie man op het juiste moment. Praatgraag, zodat wij die heerlijke Volendamse tongval goed konden horen, en recht door zee. In een streep liepen we naar het bedevaartoord. Het lag er droevig bij. Dat grote huis met die glimmende dakpannen dat we onmiddellijk herkenden van de beelden van Shownieuws.

Mijn dochter morrelde nog even aan het hek. Het zat dicht. 'Hij is er niet hoor!', aan de overkant stond een stel meelevende overbuurvrouwen. 'Misschien dat 'ie achter in de tuin zit!', aan hun lacherige toon kon je opmaken dat dat zeer waarschijnlijk niet het geval was. Maar mijn dochter geloofde dat pas nadat we met z'n vieren om de hele wijk heen gelopen waren en twee luxe ligstoelen naast elkaar in de tuin hadden zien staan. Leeg. Eentje met z'n rugleuning naar voren geklapt. Bij thuiskomst haalde de grootste dochter, die van mij, een handje rozenblaadjes uit haar zak. 'Dit is wat ik bewaar. Dit is wat er overblijft van de liefde tussen Jan en Yolanthe'. Mooi toch?



FacebookTwitterLinkedInWhatsAppGoogle+Email