Opslurpen

HARM - Een Kleverparkfeuilleton.

Maak kennis met Harm(48) uit de Marnixstraat in Haarlem Noord, illustrator, buurman, echtgenoot van Roeleke (46), vader van Tim (17) en Sterre (14). Houdt van appels, rust, het leven.

Waarom ging die fiets nou niet op slot! Harm stond nu al momentenlang te hannesen met het sleuteltje. Het wilde niet naar links en het wilde al helemaal niet rechts en dat was precies de kant die het wel op moest wilde hij zo meteen met een gerust hart aan een vreemde keukentafel plaats nemen voor het meest spannende kopje koffie sinds jaren.

De man die hij weerspiegeld in het raam tegenover het tuinhekje zag staan klungelen kwam hem deerniswekkend voor. Wat stond hij hier nou? Wat verwachtte hij van een weerzien met een vrouw die hij drie dagen geleden bij De Groene Juffers had ontmoet en met wie hij daarna even was neergestreken op het terras van Van Der Sanden op het Santpoorterplein?

Goed, hij had haar in de dagen die volgden wel veertig keer gegoogeld, maar wat wist hij nou van haar? Dat ze kinderboekenschrijfster was en dat zij en haar uitgever een illustrator zochten voor haar boek met extreem korte verhalen voor extreem drukke kinderen. Dat ze koffie verkeerd dronk, rode teennagels had en dat ze met haar man en drie kinderen in de Aelbertsbergstraat woonde. Goed beschouwd wist Harm al een heleboel over haar. Hij wist zelfs hoe ze rook en dat ze een beetje met haar voeten naar buiten gedraaid liep.

‘Lukt het?’

Maar wat verwachtte hij, wat wilde hij? En waarom was hij nu al zo lang bezig met het op slot zetten van een oude herenfiets terwijl het hoogst onwaarschijnlijk was dat er hier, in één van de meest beschaafde straten van het Kleverpark het komende uur iemand zou lopen bij wie bij het passeren van die fiets ook maar de vaagste gedachte aan een eventuele diefstal zou opborrelen. En als dat wel zo was, wat dan nog, wat maakte dat in het licht van de op handen staande ontmoeting eigenlijk uit? Wat was kortom het juiste moment om te denken dat het nu wel genoeg geweest was met dat gedoe met die fiets en dat vastgeroeste slot. Hoe lang kon een man het zich permitteren over zijn fiets gebukt te staan rommelen zonder dat hij wist door wie hij gezien werd en voordat de voordeur open zou gaan en er een vrouwenstem zoiets zou zeggen als ‘lukt het?’.
Met zijn mouw veegde Harm het klamme zweet van zijn voorhoofd. Net toen hij besloot het slot het slot te laten schoof het sleuteltje er toch nog gewillig uit. Hij pakte de plastic tas met de schetsen uit de fietsbak en liep met iets te grote passen het tuinpad op.

Het googelen van de laatste dagen

Dat zij nu net hier moest wonen, in deze straat die hij al sinds zijn jonge jaren de meest benijdenswaardige van het hele Kleverpark vond. ‘Als we hier toch zouden kunnen wonen’, had hij in hun begintijd vaak tegen Roeleke gezegd. Maar op dit moment was Roeleke niet de persoon om wat dan ook tegen te zeggen, niet in zijn hoofd en al helemaal niet in het echt. Roeleke trainde zich de laatste weken bijna onzichtbaar in het kader van een lange afstandsloop in Zuid Afrika voor één of ander goed doel. Op dit moment rende ze zo goed als zeker ergens diep door de Kennemerduinen.

Nog voor Harm kon aanbellen ging de deur al open. ‘Je had je fiets ook aan deze kant van het hek mogen zetten hoor, daar jatten ze ‘m zeker niet’. Ze had een groene jurk aan. De houten sandaaltjes die ze laatst nog in het geel droeg, droeg ze nu in het rood. Haar blonde haar hing los over schouders en ze zei een heleboel zinnen achter elkaar die Harm moeilijk kon volgen omdat hij al zijn zintuigen nodig had bij het verwerken van zoveel moois en zoveel echts. Na al het googelen van de laatste dagen was Annechien letterlijk en figuurlijk verworden tot een plaatje. Nu de driemensionale werkelijkheid er zo keihard overheen kwam denderen was het alsof hij extra ogen, oren en ander gereedschap nodig had om dit wezen wat voor hem uit door de hal bewoog te kunnen bevatten.

Haar koesteren, proeven, opslurpen, verorberen

‘Of wil je liever in de serre zitten?’.
Harm kon zich niet herinneren ooit zo van zijn stuk te zijn gebracht als nu door… ja door wat? Door deze vrouw die zo prachtig, bijna dansend haar ene voet voor haar andere zette en in afwachting van een antwoord ontspannen mee neuriede op de Zuid Amerikaanse klanken die door de kamer dwarrelden.
‘…Eh nee de eettafel is prima…’ wist hij eruit te brengen. De eettafel, dat klonk veilig en robuust. Hij zou er rustig aan kunnen zitten, zijn tekeningen op tafel leggen en en passant proberen zijn balans te hervinden. ‘Straks niet vergeten bij mijn moeder langs te gaan, appels halen, brood, melk’, aan dat soort dingen moest hij maar even heel hard denken. Annechien liep de kamer uit, Harm vermoedde dat ze gezegd had dat ze koffie ging zetten, maar helemaal zeker wist hij het niet. Wat hij wel zeker wist was dat hij de Aelbertsbergstraat nummer 17 niet ging verlaten zonder dat hij zijn handen over haar dijen, haar buik, haar rug, haar borsten, over alles wat zij onder de groene stof van haar jurk verborg had laten glijden.

Al werd hij duizelig en zelfs een beetje misselijk van de gedachte, al herkende hij zich totaal niet in deze dierlijke drang, het was alsof er een hele stam oermannen met peniskokers als lantarenpalen zo lang zich meester van hem maakte, alsof er een tsunami van testosteron door hem heen denderde. Het was niet eens een kwestie meer van willen, hij moest en zou en ging Annechien over zich heen trekken, onder hem door duwen, haar koesteren, haar proeven, haar opslurpen, haar verorberen. Hij Harm, van de Marnixstraat nummer zes, de man die elk weekend twee appeltaarten bakte en die dagelijks de boodschappen in huis haalde, bier dronk en wijn, chips at en een vrouw had die heel hard en heel lang rende, ergens diep in de Kennemerduinen…



FacebookTwitterLinkedInWhatsAppGoogle+Email