Het gewone

HARM - Een Kleverparkfeuilleton.

Leef mee met Harm(48), illustrator uit de Marnixstraat. Harm heeft twee kinderen (Sterre en Tim).
Zijn vrouw Roeleke werkt als psychotherapeute buiten de deur. Sinds enkele maanden heeft Harm tot zijn eigen verbazing een verhouding met kinderboekenschrijfster Annechien uit de Aelbertsbergstraat.

Met z’n ene hand hield Harm de cilindervormige zeef van de afwasmachine onder de kraan terwijl hij met de vingers van z’n andere hand de week geworden voedselresten uit het stalen rasterwerkje probeerde te peuteren. Op een paar hardnekkig gele maiskorrels na was de substantie grijzig, glibberig en in een stinkende staat van ontbinding. Als hij dit klusje thuis zou doen had hij er zeker de huishoudhandschoenen van Roeleke bij aangetrokken. Maar hij was niet thuis. Hij was bij Annechien. Het was woensdagochtend, haar kinderen waren op school. in plaats van naar haar slaapkamer had Annechien hem deze keer meegetroond naar de keuken. De afwasmachine rook niet zo fris had ze gezegd, of hij er even naar wilde kijken.

Haren uit het doucheputje

George, Annechien’s echtgenoot, zat nu alweer een maand in een afkickkliniek in het zuiden van het land. Naast manische depressiviteit kampte hij met een alcoholprobleem. Annechien ging er af en toe heen, meestal in het weekend. Ze vertelde er weleens iets over, maar Harm liet het onderwerp liever voor wat het was.
Te intiem. Teveel Annechien en George. Harm merkte dat hij een steeds grotere afkeer van George begon te krijgen. Knappe man, hele artistieke man, paar interessante filmprojecten op stapel, maar zo in beslag genomen door zijn geestelijke en lichamelijke ongezondheid dat hij het zijn vrouw en kinderen alleen uit liet zoeken met een verwaarloosde afwasmachine en ander huiselijk ongemak.

Het bij de gootsteen staan, de smurrie die zich irritant lastig van vingers noch zeef af liet spoelen, Annechien die met huishoudhandschoenen aan geknield bij de afwasmachine zat - dit hele tafereel vervulde Harm met een vreemd soort ongerustheid. Zichzelf wijsmaken dat de verrukkelijke schoonheid die hem recht in de armen dreef van deze vrouw helemaal niet zo gevaarlijk en best begrijpelijk was, was één ding. Maar ging hij voor diezelfde vrouw door dit soort ranzigheid, tja dan was alle vrijblijvendheid ver te zoeken. Dan stond ‘ie binnen de kortste keren de haren uit het doucheputje van de Aelbertsbergstraat 17 te pulken. En dan, en dan, waar ging dit heen…

16e eeuwse Haarlemmers

Annechien had haar handschoenen uitgetrokken en zette het Nespresso apparaat aan. Ze neuriede een lied uit Kenau de Opera. Een kleine maand geleden was Harm samen met Roeleke gaan kijken naar de uitvoering in de Lichtfabriek. Het was raar geweest om Annechien te zien zingen in het koor. Terwijl Roeleke naast hem totaal opging in het spektakel en de muziek en voornamelijk oog had voor Kenau in wie ze een buurtgenote dacht te herkennen, zag Harm tussen al die hartstochtelijk zingende 16e eeuwse Haarlemmers alleen die ene mooie met dat lange blonde haar. Na afloop had Roeleke meteen naar huis gewild. Gelukkig maar. Harm had niet geweten wat hij had moeten doen als hij Annechien bij de bar was tegengekomen.

Zo’n gevoel van…nou ja…

Nu stond ze bij het fornuis, zijn geheime engel, zijn minnares, zijn brengster van het licht, zijn hoop in bange dagen, zijn persoonlijke lustopwekster, melk te kloppen. Met een wit klokkend rokje aan met donkerblauwe stippen erop. Harm had een gesprek willen beginnen over dat rokje. ‘Waarom staat de ene vrouw zo’n stippenrok wel en de andere totaal niet?’, dat had hij willen vragen. Hij had het over haar benen willen hebben. Ze aan willen raken en dat rokje langzaam langs die benen omlaag willen trekken. En dan de koffie koud laten worden. Maar Annechien was hem voor. ‘Schatje’, zei ze, ‘we moeten eens praten…ik heb de laatste tijd zo’n gevoel van…nou ja...het wordt zo gewóón. Dat hele bijzondere van het begin is er wel een beetje vanaf de laatste tijd..’.
Harm plaatste de schone zeef terug in de bodem van de afwasmachine. Wat ging hier nou verkeerd?
Wie was er nu over die stank begonnen?
Door wie was hij tot zo’n banale actie aangezet?
‘Het is…’, ging Annechien verder, ‘de eerste paar keer dat je hier dan wegging, dan moest ik huilen…dat gevoel dat mis ik nu…ik wil dat weer terug’.
Van de twee dingen die hij kon doen, alsnog die rok naar beneden trekken en dus blijven of zijn jas aantrekken en weggaan, deed hij het laatste. Helemaal genoeg had hij ervan. Vrouwen.

Gelukkig kwam die waarmee hij al een heel huwelijk in één huis woonde pas na een hele lange werkdag thuis. Dit ging een dag worden waarop hij blij was dat hij al die oude cd’s van Metallica nog had.

wordt vervolgd…



FacebookTwitterLinkedInWhatsAppGoogle+Email